Romeo-weekend 2026, Durbuy

Vrijdag 24 april 2026

Dag 1: Van Zottegem naar Durbuy

Het langverwachte Romeo-weekend ging van start zoals het hoort: met een stevig ontbijt. In Il Pasta in Zottegem werden we warm ontvangen door Sonja, één van onze eigen Romeo’s, die ervoor zorgde dat we met een goed gevulde maag en de nodige energie aan de dag konden beginnen.

Al liet de eerste uitdaging niet lang op zich wachten. Nog voor we goed en wel vertrokken waren, kreeg Rik te maken met een lekke band. Eerst herstellen, dan vertrekken — zo gaat dat nu eenmaal. Met wat vertraging, maar des te meer goesting, konden we uiteindelijk rond 9u30 echt van start gaan.

De eerste kilometers brachten ons via Geraardsbergen en Silly richting het hellend vlak van Ronquières, waar we een eerste keer halt hielden. Een indrukwekkende plek en ideaal om even op adem te komen voor het vervolg van de rit.

Maar zoals het een echt Romeo-weekend betaamt, bleef het daar niet bij. Niet veel later kregen we opnieuw een technisch intermezzo, dit keer met een ambriagekabel die het liet afweten. Gelukkig stond het team meteen paraat en werd het probleem vakkundig aangepakt. Samen uit, samen thuis — dat is en blijft de ingesteldheid.

Rond de middag hielden we halt bij frituur Jean-Marc, waar een welverdiend pak friet ons opnieuw op krachten bracht. Even bijtanken, de benen strekken en klaar voor het volgende deel van de rit.

Tijdens de rit werden we bovendien perfect ondersteund door VéDéBé, die met de camionette volgde en ervoor zorgde dat we onderweg niets tekortkwamen. Hapjes, drankjes… alles was voorzien. Met als hoogtepunt Schnitzel, die met veel plezier “een teutje worst” aansneed voor de groep — een moment dat meteen voor de nodige ambiance zorgde.

De namiddag bracht ons verder richting Durbuy, met onderweg nog een stop aan een kasteel. Daarbij kregen we één duidelijke instructie: het gras niet betreden. Dat leverde een mooie groepsfoto op — al was de kasteelheer zelf iets minder enthousiast over onze passage.

Wat begon als een frisse ochtend met mist en een stevige portie kou, evolueerde gaandeweg naar een prachtige dag onder een stralende zon. Rond half vijf bereikten we uiteindelijk onze eindbestemming: Hotel Dennenheuvel in Durbuy.

’s Avonds volgde één van de vaste tradities van het Romeo-weekend. Uitgedost in wit hemd verzamelde de groep voor het diner, waar de nieuwe leden officieel hun Romeo-das in ontvangst mochten nemen. De avond werd ingezet met een mooi gepresenteerd driegangenmenu, waarbij ook onze jarige van de dag, Scalle, in de bloemetjes werd gezet.

Na een eerste dag van zo’n 175 kilometer kunnen we alleen maar besluiten: het was er eentje om in te kaderen. Vol kilometers, kleine tegenslagen, veel gelach en sterke momenten — zowel op als naast de Vespa. De toon voor het weekend was meer dan gezet.

Zaterdag 25 april 2026

Dag 2: Van ontspannen tot stevig doorrijden

Dag twee begon zoals het hoort: met een heerlijk ontbijt en een nieuwe reden om te vieren. Pepé mocht namelijk 72 kaarsjes uitblazen en werd, net als Scalle de dag voordien, terecht in de bloemetjes gezet. Een mooie start van een dag die opnieuw alle kanten zou uitgaan.

Na het ontbijt sprongen we opnieuw op de Vespa’s en reden we richting Adventure Valley, waar we even halt hielden om bij te tanken en het plan voor de dag te bespreken. Al snel werd duidelijk dat er twee soorten goesting waren: sommigen wilden het rustig aan doen, anderen hadden nog zin in een stevige rit. Beslist werd om de groep op te splitsen.

De “chille” groep koos voor een ontspannen namiddag in de streek rond Barvaux, Oppagne, Bomal en Durbuy. Toevallig was ook de Zoute Grand Prix in de buurt neergestreken, wat zorgde voor een extra portie mooie wagens onderweg. Terrasjes werden opgezocht, onder andere bij Wout Bru, waar volop genoten werd van zon, sfeer en gezellig samenzijn.

De tweede groep koos resoluut voor de kilometers en zette koers richting het stuwmeer van Gileppe — goed voor zo’n 130 kilometer heen en terug. Via kronkelende wegen langs onder andere Hamoir en Érezée werd het landschap verkend, tot aan het stuwmeer, dat zich op een prachtige locatie bevindt. Daar werd even halt gehouden voor een welverdiende pauze, met een drankje en een croque-monsieur om de innerlijke mens te versterken. Daarna werd de terugtocht ingezet richting Durbuy.

Eens terug in Durbuy werden de twee groepen opnieuw herenigd. Tijd om samen nog even te genieten van wat de stad te bieden had. Op het marktplein werden de blikken getrokken door een indrukwekkende verzameling wagens — van klassieke parels tot moderne GT-modellen — die er stonden te blinken. Uiteraard kon een terrasje niet ontbreken, en werd er ondertussen ook druk gezocht naar een geschikte plek voor het avondmaal.

Na wat heen en weer gebel en een kleine koerswijziging werd uiteindelijk beslist om in Durbuy zelf te blijven. Zo konden we te voet richting Maison Cardinal, waar we in restaurant Victoria genoten van een heerlijke cotalo, vergezeld van aangepaste wijnen. De tafel vulde zich met verhalen, waarbij serieuze gesprekken moeiteloos overgingen in momenten van schaterlach — zoals het hoort bij De Romeo’s.

De avond eindigde zoals hij begonnen was: in goede sfeer. Al verliep de terugweg naar het hotel niet helemaal zonder avontuur. In het donker miste een deel van de groep een afslag naar links en belandde op een gravelpad. Gelukkig zonder gevolgen, maar met des te meer gelach achteraf.

Terug in het hotel werd de dag afgesloten met een laatste slaapmutsje. Moe, maar voldaan kroop iedereen onder de wol, klaar voor wat nog komen zou.

Zondag 26 april 2026

Dag 3: Kleine wegen, grote kilometers

Na twee stevige dagen was het op dag drie opnieuw vroeg uit de veren. Met een ontbijt achter de kiezen maakten we ons klaar om rond 9u30 aan de terugtocht te beginnen — net zoals op dag één.

Dit keer geen grote banen of evidente routes. Onze roadcaptain Elvis had andere plannen en koos resoluut voor de kleinste wegen. Dat betekende: kronkelende baantjes, verborgen parels en af en toe ook wat uitdagender terrein. Hobbelige stukken, putten hier en daar en zelfs een streepje stof — maar net dat maakte de rit des te authentieker.

Het resultaat mocht er zijn: tegen het einde van de dag stond er maar liefst zo’n 280 kilometer op de teller. Kilometer vreten, zoals alleen De Romeo’s dat kunnen.

Rond de middag hielden we halt aan de Leeuw van Waterloo, waar we onder een blakende zon konden genieten van een welverdiende maaltijd. De zon liet zich duidelijk voelen: sommigen licht gebruind, anderen iets minder subtiel gekleurd, maar allemaal met dezelfde glimlach.

Daarna werd opnieuw koers gezet richting Zottegem, opnieuw via die typische kleine wegen die het rijden net dat tikkeltje specialer maken. Onderweg werd er zoals altijd veel gelachen. Zo bleek tanken plots niet meer zo vanzelfsprekend, toen we aan een tankstation eerst een soort quiz moesten oplossen vooraleer we brandstof kregen. Alsof dat nog niet volstond, werd er ook twee keer extra gestopt omdat de reserves stilaan begonnen te spreken.

Rond half zes bereikten we uiteindelijk Morre in Zottegem, waar een deel van de partners ons al stond op te wachten. Een warm weerzien en een mooie afsluiter van het weekend, waar verhalen meteen opnieuw tot leven kwamen.

Bij Morre werd nog gezellig nagekaart met een drankje, en een deel van de groep bleef nog wat langer hangen voor een maaltijd — uiteraard vergezeld van het vertrouwde Romeo-biertje.

Een weekend om niet snel te vergeten: vol kilometers, kameraadschap, kleine avonturen en vooral veel plezier. Op naar de volgende.